Voor de eerste keer tijdens mijn training met speedcards overkwam mij het black-out verschijnsel. Iets waarvan je weet, dat je het weet, maar dat je met de beste wil van de wereld niet kan reproduceren.
Iedere scholier kent dit verschijnsel, hoewel het ook vaak gebruikt wordt als smoesje voor niet studeren.
In dit geval ging het om mijn cijfer naar letters naar personen methode.
Ik kwam bij 43 = DC = ????
Wat ik ook probeerde, ik wist niet meer hoe het verder moest. DC gaf mij een associatie met DC-Comics (van Batman enz) en ik heb superhelden in mijn systeem, maar ik wist dat DC iets anders moest wezen. Maar iedere keer als ik het probeerde terug te halen, kreeg ik deze foute associatie.
Anders dan in wikipedia staat: http://nl.wikipedia.org/wiki/Black-out_(geheugen) ging het hier om overdracht van het langetermijn naar het korte termijn geheugen en niet andersom.
Ik was tijdelijk iets vergeten. Er was geen alcohol in het spel, dus wellicht de onregelmatigheid van slaap rondom oud en nieuw. Het maakt niet uit.
Wat te doen in een geval van black-out?
1. Don't panick.. Stress verslechterd het geheugen. Bekijk het als een verschijnsel, dat je nu ook eens meemaakt en bestudeer het kalm.
2. Probeer een aantal malen rustig het feit terug te halen. Dit doe je voorzichtig door bijvoorbeeld aanliggende feiten aan te halen. Ik heb ooit op school een blackout gehad, ik wist iets van geschiedenis niet meer, maar nog wel waar het stond op de bladzijde. In het huidige geval kon ik makkelijk DD (Donald Duck), en DB, (Dolf Brouwers) terughalen.
Weet je alle feiten in de buurt wel, maar het feit zelf niet en lukt het meermaals niet terwijl je toch echt rustig bent, dan heb je een black-out.
Vaak is er een nieuwe associatie ontstaan, die in de weg zit van de oudere (of belangrijkere). Hij is vaak (tijdelijk) interessanter of logischer dan het feit dat je zoekt. Stel vast of dit zo is en zo ja, welke associatie dit is.
3. Los de situatie tijdelijk op. In dit geval ging ik dan maar met de DC-associatie mee een zette Batman neer op de plek. Batman zit niet in mijn 0-99 systeem, maar ja, je moet wat.
Toen ik op school zat heb ik ooit opgeschreven waar informatie zich op de bladspiegel bevond. Ik wilde bewijzen, dat ik het wel geleerd had, maar 'gewoon' een black-out had. De leerkracht heeft het fout gerekend, daar kon ik natuurlijk niks tegenin brengen.
4. Maak een brug (of "bewuste confabulatie").
Die laatste moet ik even uitleggen, maar zoals bij een echt blackout, zodra ik klaar was met mijn oefening, dacht ik: "Hoe kan dat nou?" en direct erachteraan: "David Copperfield, duh!"
Dat is mijn DC. Zodra de noodzaak weg is, weet je het weer.
Een typisch kenmerk van een blackout, die ook aangeeft, dat blackouts stress-gerelateerd zijn.
Maar goed, nu verbond ik Batman met David Copperfield met een beeld, zodat ik een volgende keer wel van de verkeerde associatie naar de goede kan komen. Ik vertelde mezelf dat er een logisch verband is tussen deze twee. (Allebei dragen ze een zwarte cape). Alcoholisten hebben bij een black-out de neiging tot confabulaties, ik denk dat dit werkt als de parelvorming bij oesters. Je verdoezeld er de scherpe randjes van een echte fout mee. Dat heeft als nadeel, dat je minder snel zult leren van je fout.
Met een bewuste confabulatie neem je dit nadeel weg, doordat je de verklaring zoekt in een op een manier waarop je (waarschijnlijk) wat zult hebben.
Overigens volgde ik mijn eigen advies niet (goed genoeg) op, want ik raakte zo in de war, dat ik twee kaarten op een plek stopte, zonder het te merken. De eerste kaart was ik daardoor kwijt en ik kwam aan het eind een kaart te kort, waardoor ik ook extra zenuwen had bij het reproduceren.
In totaal leverde het me twee fout op, maar -en daar ben ik best trots op- niet op de plek waar ik de blackout had. Ik denk dat het hele blackout-proces me in totaal 5 minuten kostte.
Ik heb tijdelijk de stopwatch uitgezet om de stress te reduceren. Daarna ben ik weer verder gegaan met de oefening. Die luxe heb je natuurlijk niet in een wedstrijd/overhorings-situatie.
Posts tonen met het label associatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label associatie. Alle posts tonen
zondag 5 januari 2014
donderdag 5 september 2013
Techniek 1:Beeldend Associeren
We hebben twee soorten geheugen. Een abstract geheugen. Dit werkt met dingen die door mensen zijn verzonnen. Het kan abstracte begrippen opslaan: tekst en getallen, maar ook begrippen als 'eerlijkheid'
We hebben ook een geheugen voor onze zintuigen: Dit werkt met indrukken van dingen die echt bestaan, tastbaar zijn. Beelden, geuren, gevoelens en tast.
Het kan simpele tastbare dingen prima onthouden, maar heeft moeite met abstracties.
Ons sensorisch (zintuiglijk) geheugen is veel ouder dan het verbaal (abstracte) geheugen en daarom ook veel sterker. De natuur heeft veel langer de tijd gehad om het sensorisch geheugen te perfectioneren.
Daarom gebruiken we de kracht van het sensorisch geheugen als we iets proberen te onthouden, we verbeelden het. Eigenlijk is dat een te zwakke term. We maken er niet alleen een beeld van, maar halen ook de geur en tast ervaringen voor de geest en besteden aandacht aan de emotionele lading.
Het heeft dus meer te maken met 'verbeelding' dan met 'beelden'.
Dat geeft ons de mogelijkheden twee dingen aan elkaar te koppelen: associeren.
Je kunt verbaal associeren of beeldend associeren.
Rijm, afkortingen of allitereren zijn een voorbeeld van verbaal associeren.
Als je twee begrippen moet onthouden, is het makkelijk beeldend te associeren.
Bijvoorbeeld een ding en een dier. Een fiets en een kat.
Zie je een fietsende kat voor je, dan blijft dat beeld je wel even bij.
Een fiets die zich gedraagt als een kat, is wellichnt nog sterker.
Een kat met fietswielen is waarschijnlijk nog sterker.
Hoe komt dat?
Als we iets 'raar' maken, onthouden we het.
Andersom werkt ook. Als we iets willen vergeten, maken we het 'saai' en 'gewoon'. Het buitengewone blijft in ons geheugen.
Nog iets wat kan helpen: als je iets specifiek maakt, is het makkelijker te onthouden.
Garfield op een fiets is sterker dan een kat op een fiets.
Garfield op een driewieler of op een racefiets is nog sterker.
Garfield op een blauwe racefiets van het merk Gazelle is alleen maar sterker, als je precies weet hoe zo'n fiets eruitziet of een specifieke band ermee hebt. Dat brengt me bij het laatste. PERSOONLIJK..
Beeldend Associeren?
Maak het
Gek/
Persoonlijk/
Specifiek.
(Ezelsbruggetje: GPS!)
We hebben ook een geheugen voor onze zintuigen: Dit werkt met indrukken van dingen die echt bestaan, tastbaar zijn. Beelden, geuren, gevoelens en tast.
Het kan simpele tastbare dingen prima onthouden, maar heeft moeite met abstracties.
Ons sensorisch (zintuiglijk) geheugen is veel ouder dan het verbaal (abstracte) geheugen en daarom ook veel sterker. De natuur heeft veel langer de tijd gehad om het sensorisch geheugen te perfectioneren.
Daarom gebruiken we de kracht van het sensorisch geheugen als we iets proberen te onthouden, we verbeelden het. Eigenlijk is dat een te zwakke term. We maken er niet alleen een beeld van, maar halen ook de geur en tast ervaringen voor de geest en besteden aandacht aan de emotionele lading.
Het heeft dus meer te maken met 'verbeelding' dan met 'beelden'.
Dat geeft ons de mogelijkheden twee dingen aan elkaar te koppelen: associeren.
Je kunt verbaal associeren of beeldend associeren.
Rijm, afkortingen of allitereren zijn een voorbeeld van verbaal associeren.
Als je twee begrippen moet onthouden, is het makkelijk beeldend te associeren.
Bijvoorbeeld een ding en een dier. Een fiets en een kat.
Zie je een fietsende kat voor je, dan blijft dat beeld je wel even bij.
Een fiets die zich gedraagt als een kat, is wellichnt nog sterker.
Een kat met fietswielen is waarschijnlijk nog sterker.
Hoe komt dat?
Als we iets 'raar' maken, onthouden we het.
Andersom werkt ook. Als we iets willen vergeten, maken we het 'saai' en 'gewoon'. Het buitengewone blijft in ons geheugen.
Nog iets wat kan helpen: als je iets specifiek maakt, is het makkelijker te onthouden.
Garfield op een fiets is sterker dan een kat op een fiets.
Garfield op een driewieler of op een racefiets is nog sterker.
Garfield op een blauwe racefiets van het merk Gazelle is alleen maar sterker, als je precies weet hoe zo'n fiets eruitziet of een specifieke band ermee hebt. Dat brengt me bij het laatste. PERSOONLIJK..
Beeldend Associeren?
Gek/
Persoonlijk/
Specifiek.
(Ezelsbruggetje: GPS!)
Abonneren op:
Posts (Atom)