Posts tonen met het label leren leren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leren leren. Alle posts tonen

maandag 9 september 2013

De tafels eens helemaal anders leren (nummer-rijm-systeem)



Je zou (vermenigvuldigings-) tafels kunnen leren met het nummer-vorm-systeem.
Je hebt natuurlijk een journey nodig van 10 plekken, maar kunnen we dat niet makkelijk maken met een andere instant-journey, namelijk de eerste 10 van de alphabet-zoo

Aap=1
Beer=2
Clownvis=3
Das=4
Egel=5
Flamingo=6
Giraf=7
Hyena=8
Inktvis=9
Jaguar=10

Voorbeeld, tafel van drie
Dus
1x3=3 (Aap krijgt een armband(3), al krijgt een aap een gouden ring...)
2x3=6 (Beer krijgt mot met een olifant(6))
3x3=9 (Clownvis met toiletpapier(9), vervuiling van koraalriffen?)
4x3=12 (Das prikt met een potlood(1) in een zwaan(2))
5x3=15 (Egel met potloden(1) als stekels, hangt aan een haak(5). Was je aan het vissen?)
6x3=18 (Flamingo gebruikt een potlood als neus(1) voor een sneeuwpop(8))
7x3=21 (Giraf roostert een zwaan(2) boven een heel hoog vuur met een potlood(1) als spies)
8x3=24 (Hyena ziet weemoedig een zwaan(2) wegzeilen. (boot=4). Hij kan er niet bij)
9x3-27 (Inktvis gaat een zwaan(2) te lijf met 8 bijlen(7))
10x3=30 (Jaguar krijgt handboeien (3) en een autoband (0) om zijn middel).

Natuurlijk moet het kind dan nog steeds 6=flamingo onthouden. Of alleen maar 9=i en 10=j..

Rijm-systeem


Het kan wellicht nog makkelijker, als we klank/rijm associaties en vorm-associaties door elkaar gebruiken.
Een-teen
Twee-Zee
Drie-Knie
Vier-Bier
Vijf-Wijf
Zes-Fles
Zeven-Weven
Acht-Wacht
Negen-Vegen
Tien-Hermelien.
Je krijgt dan bijvoorbeeld een teen met een armband, een olifant in zee, toiletpapier op je knie, een zwaan die bier drinkt met een potlood, wijf dat vist naar potloden met een haakje, een fles met een sneeuwpop (potlood =neus), Een zwaan die weeft met een potlood, Een zwaan die op de boot wacht, Een zwaan die met een bijl veegt, en hermelien met een autoband als armband.

Rijm-systeem2


Deze verhaaltjes worden wat ingewikkeld, dus kun je proberen de cijfers te rijmen naar personen.
De personen kunnen dan dingen doen en er zijn minder voorwerpen.
Het is dan vaak makkelijker verhaaltjes te maken.
Kijk wel of de kinderen een voorstelling hebben bij de personen.

Een - Einstein, iedereen, houten been / piraat?, doreen.
Twee-zee(man) met houten poot, Rene,  een fee, Desiree, een chocolatier, croupier of ColdPlay, Andre.
Drie -  Perry (het vogelbekdier), Henri? Politie
vier - vliegenier met vliegtuig, boekanier, een Tapir, officier,
Vijf - olijf (olijfje olie, de vriendin van popeye?), viswijf,
zes -> prinses, hoofdpriesteres, stewardess, tovenares,
zeven - zweven -> peter pan.
acht -strandwacht, leerkracht, 
negen-verplegen-> verpleegster met injectiespuit.
tien-katrien (duck),

Ook is de tafel van armband een stuk aansprekender dan de tafel van drie, al zal dat wellicht verwarring geven. Het gaat de kinderen in ieder geval opvallen dat 12 en 21 allebei een potlood en een zwaan hebben.
Je kunt afspraken maken over wie het zwakst is:
12 - potlood steekt dwars door zwaan
21  -zwaan breekt potlood
De persoon kan daarbij helpen, dus de vliegenier doorsteekt vanuit zijn vliegtuig een zwaan met een potlood en Peter Pan pakt een potlood af van een zwaan en breekt het.
In dit laatste geval kun je ipv een potlood, ook een andere verbeelding voor 1, namelijk het mes gebruiken. In dat geval zou de zwaan het mes van Peter afpakken en het breken met zijn vleugels.

Meerdere tafels
Ik denk niet dat tafels elkaar gaan bijten, niet meer dan 1x4 of 1x5 elkaar bijt.
Zolang je de tafels niet door elkaar, maar na elkaar leert, denk ik dat het prima gaat.



Geprek met een onderwijzer

Ik had dit weekend een gesprek met mijn buurman, over hoe dit systeem zou kunnen helpen bij basisschoolkinderen. Eerst heb ik uit de doeken gedaan hoe het systeem werkt. Associeren/Verbeelden, Reis en ten slotte coderen van moeilijke informatie.

Op sommige scholen is er een vak: leren leren, waarin de kinderen les krijgen in het studeren zelf. Daar zou je verwachten dat er een methode is, maar die blijkt er niet te zijn. Er is wellicht een mogelijkheid om in dit gat te springen.

We kwamen tot de slotsom, dat de meeste gangbare coderingssystemen en wellicht ook de reis voor basisschoolkinderen een beetje hoog gegrepen zijn. Het gaat tenslotte om basisvaardigheden.

De reis, zeker de instant reis van 10 plekken, is goed om de kracht van associƫren te laten zien.
We zijn gaan kijken, hoe je bijvoorbeeld Topografie leert met dit systeem van associƫren.
Ik denk dat het belangrijk is, om de kinderen te leren hun fantasie te gebruiken bij het leren van bijvoorbeeld topografie.

Door kleine verhaaltjes en gekke grapjes op de kaart te maken, leer je het makkelijkst.
Ook kwamen we te praten over de SHIT-methode. Studeren, Herhalen, Instampen en Testen.
Over een eerlijke test (dus bijvoorbeeld niet de nummertjes leren bij TOPO).
Al deze dingen vergen nogal wat inzicht in hoe het in de bovenkamer allemaal werkt.

Dus misschien moet je daar beginnen bij basisschoolkinderen. Vertellen van het verbale en sensorische geheugen, het lange, korte en midden-termijn geheugen. Het feit dat je altijd associeert als je iets onthoud, omdat het geheugen een boom is. Dat er niet zoiets is als een 'goede' associatie en een 'slechte' associatie. (Behalve dan dat een sterke associatie een goede zou kunnen worden genoemd, maar ik bedoel dat kinderen een soort innerlijke censuur wordt aangeleerd, waardoor ze sommige dingen niet mogen zeggen, maar zelfs niet mogen denken van zichzelf, dat helpt niet altijd.)
Op de kaart van Afrika zag mijn dochter Botsende Zwanen, Angola Groothuizen, de beker van Mozes en natuurlijk Madagascar. Grootste lol en ook een 10!

Er lopen nu in ieder geval twee onderwijzers rond, die weten van deze methode.
Maar vaak wordt direct gedacht aan probleemkinderen, autisten en aanverwante stoornissen. Ik denk dat het juist een waardevolle methode voor iedereen is. Ach, ik kom niet uit het onderwijs en zie wel, dat als ik naar het basisschool-onderwijs zou gaan, ik de doelstellingen van deze methode flink moet aanpassen.
Of ik dat dan nog leuk vind, is een goede vraag. Ik ben nu eenmaal een streber.